COLUMN: Regering dreigt digitale (ether)televisiemarkt te verstikken
COLUMN – De regering dreigt de digitale ethertelevisiemarkt in een verstikkende klem te zetten. Het lijkt op een technische discussie, maar het is uiteindelijk een knalharde politieke en economische discussie die gevolgen heeft voor nagenoeg de hele televisiemarkt en diens toekomst. Waar gaat dit over? In alle stilte heeft de regering het beleidsvoornemen bekend gemaakt om in de frequentieband de ethertelevisiekanalen 61 t/m 69 (760 tot 862 MHz) niet langer voor omroepdoeleinden te bestemmen. Dat is grofweg 19 % van de beschikbare UHF-ethertelevisieband. Het voornemen van de regering is dit te bestemmen voor telecomdoeleinden. Denk aan mobiele telefonie, mobiel breedband en andere diensten. Deze discussie wordt aangeduid met de als codenaam aandoende aanduiding ‘digitaal dividend’.
Thans zijn er slechts twee licentiehouders van digitale ethertelevisie in Nederland: de Nederlandse Omroep Stichting (Nederlandse Publieke Omroep) met één landelijk frequentuenetwerk en Koninklijke KPN NV (via Digitenne Holding BV) als commerciële monopolist met de overige thans beschikbare frequenties (4 frequentienetwerken als DVB-T in gebruik 1 als DVB-H). Daarmee is de ether de facto gemonopoliseerd, waarbij KPN haar etheruitzendingen volledig codeert en commercieel exploiteert (hard onderweg naar het miljoenste abonnee).
Sowieso heeft de regering al enige tijd twee landelijke frequenties voor digitale ethertelevisie op de plank liggen die ze in afwachting van de discussie niet heeft uitgegeven.
In een marktconsultatie schrijft staatssecretaris Heemskerk (PvdA) namens de regering dat het mogelijk is om de bestaande uitzendingen in het deel van kanaal 61 t/m 69 te herplaatsen in het deel van kanaal 21 t/m kanaal 60. Merkwaardig, want daaruit blijkt alleen al dat de regering blijkbaar bewust frequentieruimte heeft vrijgelaten in dat deel en aldus geen maximaal gebruik heeft gemaakt van de technische mogelijkheden voor digitale etherfrequenties voor televisiedoeleinden. Dat is op zich geen noviteit, maar wel nieuw is dat de regering dit nu indirect toegeeft.
De redenatie waarmee bijna een vijfde van de frequentieband voor mobiele diensten zou moeten worden bestemd is vooral een éénzijdige van financiële aard. “Een groter toegevoegde economische waarde”, zo heet het en ‘verdere ontwikkeling van mobiel breedband’. Blijkbaar is voor de afdeling van de sociaal-democratische Heemskerk de (directe) economsische waarde het enige dat telt. Omroepdoeleinden zou volgens een in opdracht van de staatssecretaris uitgegeven rapport 4,9 miljard euro aan ‘economische basiswaarde’ opleveren en mobiele doeleinden 6,3 miljard euro. Nog los van het gegeven dat elke Nederlander nu weer even kan weten waarom zijn/haar mobiele telefoontarieven zoveel duurder zijn dan het vaste net, omschrijven de onderzoekers niet wat de verdere gevolgen zijn van zo’n keuze.
Immers, er blijft slechts één nog te verdelen netwerk over voor digitale ethertelevisie (DVB-T). Eén te vergeven digitaal televisienetwerk is daarmee verdwenen! En dit heeft weer tot gevolg dat de digitale ethertelevisiemarkt zich in Nederland moeilijker kan ontplooien. Met het grootste gemak concludeert staatssecretaris Heemskerk dat met MPEG4/DVB-T2 ‘efficienter’ van het etherspectrum gebruik kunnen maken. Alsof met een big-bang de inmiddels naar één miljoen huishoudens groeiende klanten van KPN nieuwe randapparatuur zouden hebben, laat staan dat KPN of de gebruiker bereid is die investering aan te gaan van een nog in de kinderschoenen staande techniek (en in het geval van DVB-T2 nog niet eens volledig gestandaardiseerde techniek!). Bij een overgang is te verwachten dat dit geruime tijd zal duren en is extra spectrum nodig! De staatssecretaris schrijft verder dat anderzijds maar frequentieruimte in Band III, oftewel de band die voor DAB+/DMB-toepassingen is bestemd gezocht moet worden voor DVB-H/DVB-T toepassingen. En laat nu net diezelfde staatssecretaris met instemming van de meeste spelers in de radiosector besloten hebben om volop daar voor DAB+/DMB actief te gaan worden.
Kortom uiteindelijk zal tot in lengte van jaren de televisiesector (en wellicht ook de radiosector) hier de gevolgen van moeten meemaken. Lachende derde is de kabelsector. Zij heeft geen problemen om eigen capaciteit naar eigen believen in te zetten. Kan digitaal uitbreiden zonder problemen en doet dit ook. Wat betreft televisie via de (digitale) ether is Nederland een ontwikkelingsland. Met het vergeven van de commerciële licentie aan één partij die bovendien met toestemming ‘de’ nationale telecomexploitant kon worden, hebben de (CDA/VVD-)voorgangers van de PvdA-staatssecretaris cruciale fouten voor de ontwikkeling van de infrastructurele televisiesector gemaakt.
Frank Heemskerk dreigt een nieuwe fout te maken. Immers digitale ethertelevisie kan door het beperken van de frequenties nauwelijks verder ontplooien en groeien. Nu al is het binnen de beschikbare ruimte ‘inschikken’ en is de beeldkwaliteit van de door KPN aangeboden zenders niet altijd de beste. Terwijl grote landen in Europa een vrije ethertelevisiepolitiek hanteren en soms ook actief ruimte voor HDTV via de ether propageren, is dat in Nederland uitgebleven. Waarom de publieke omroep bijvoorbeedl geen gratis HDTV en themakanalen op een tweede mux zou kunnen aanbieden met een verplichting tot free to air uitzending, is onduidelijk anders dan dat het van regeringswege om commerciële motieven gaat. Activiteiten als pay-per-view via de ether, ook daar had in Nederland werk gemaakt kunnen worden. Verdere capaciteit voor DVB-H toepassingen? Behoudens het KPN MobielTV project is het stil gebleven….
Bovendien heeft Nederland nagelaten zich bij frequentie-onderhandelingen in 2006 echt hard te maken voor afdoende DVB-T frequenties. In een frequentieband voor televisie, is het merkwaardig hoe weinig daadwerlijke televisiefrequenties Nederland op landelijk niveau feitelijk kan inzetten, ook al is Nederland een ‘grensland’. Een ontwikkeling dat lokale publieke omroepen nu verboden wordt om nog langer op non-interferentie-basis in de ether uit te zenden is een typische situatie. Kabelaars als UPC en Ziggo weten zich daarmee verzekert van het lokale alleenrecht.
De meeste landen hebben nog geen beslissing genomen; terwijl het ‘etherland’ Spanje duidelijk kiest voor de omroepdoeleinden. Met de weinige frequenties die Nederland voorhanden heeft, is het om concurrentieredenen van de kabelsector en om redenen van het niet laten verstikken van de expansiemogelijkheden van de digitale ether van essentieel belang de televisie-frequenties voor televisie te behouden en plichten daartoe op te leggen! De consultatie over het ‘digitale dividend’ eindigt vrijdag.
Dit redactionele commentaar is een column met een mening en aldus geen journalistiek artikel